Jeruzalemtoren

De Jeruzalemtoren is het oudste gebouw van het gebouwencomplex "Paleis Walderdorff" en is een van de belangrijkste middeleeuwse bouwwerken in Trier. Het gebouw behoorde tot de later ondergegane "Curie Jeruzalem". De naam "Jeruzalem" is sinds de bloeitijd van de middeleeuwen gebruikelijk, de herkomst en betekenis hiervan zijn echter onduidelijk.

De Jeruzalemtoren werd in de 11e eeuw gebouwd. In de middeleeuwen stonden er in Trier net als in vele andere belangrijke steden, zoals Regensburg en Metz, meerdere van dergelijke woon- en verdedigingstorens, meestal uit de 11e en 12e eeuw. In Trier zijn door schriftelijke en bouwhistorische bewijzen negen van dit soort torens bekend. Er moet echter van worden uitgegaan dat er nog meer waren. De Frankentoren in de Dietrichstraße is een van de weinige bouwwerken van deze aard die goed bewaard gebleven zijn.

De middeleeuwse woon- en verdedigingstorens waren de centrale bouwwerken van grotere versterkte hofcomplexen. Daarnaast bezaten deze complexen die door families van de leidende klassen in de stad en door dom- of stiftkanunniken werden bewoond, wijnperserijen, pakhuizen, stallen en vermoedelijk nog andere woongebouwen. Op de binnenplaats van Paleis Walderdorff kon bij opgravingen in 1998 het bestaan van meerdere bijgebouwen archeologisch worden aangetoond. Deze gebouwen waren vakwerkgebouwen en hadden stenen fundamenten.

De woon- en verdedigingstorens in Trier zijn vooral van sloopmateriaal uit de klassieke Oudheid gebouwd. Bovendien zijn antieke metseltechnieken nagebootst, want de voor Romeinse gebouwen typische baksteenlagen zijn ook in de Jeruzalemtoren te vinden. In de Romeinse tijd dienden deze lagen ter stabilisering, in de middeleeuwen waren deze slechts opgelegde bakstenen alleen nog maar bedoeld als versiering. Oorspronkelijk was de toren vier of vijf verdiepingen hoog en had kantelen. In de loop van de tijd is de Jeruzalemtoren sterk veranderd. Naast de sloop van een of twee verdiepingen werd de naar de binnenplaats gelegen oostzijde bepleisterd en werden er grote ramen ingebouwd.

Toen tijdens de restauratie het pleisterwerk van deze gevel en in de toren zelf werd verwijderd, kwamen er middeleeuwse nissen en vensterbogen, monolithische spleetvormige en ronde vensters en resten van gewelven tevoorschijn. De vroegere ingang van de bovenverdieping was echter niet meer te vinden. Deze is door de verbouwingen aan de gevel verloren gegaan. Op de bovenverdieping zijn binnen bij de nieuwe trap overblijfselen van later ingebouwde kruisgewelven te vinden. Daardoor vermoedt men dat hier later een kapel is ingebouwd.

De spectaculairste vondst deden de archeologen toen ze bij het onderzoek van de vloer op de vroegere benedenverdieping van de toren stootten. De benedenverdieping is vermoedelijk na een brand in 1689 bedolven en in de loop van de tijd vergeten. Deze nieuw ontdekte benedenverdieping is een belangrijke getuigenis van de architectuur in de bloeitijd van de middeleeuwen met laatmiddeleeuwse veranderingen. Uit de eerste bouwperiode zijn enorme pijlers met gewelfaanzetten en ramen, nissen en een wenteltrap afkomstig. Deze trap liep vermoedelijk door het hele gebouw.

In de late middeleeuwen is deze oorspronkelijke benedenverdieping tot een kelderverdieping verbouwd omdat het niveau van de omgeving door egalisering met puin duidelijk was gestegen. In het gebouw werd het niveau van de bodem verlaagd en in de zuidoosthoek werd een kelderingang gemaakt. Uit die tijd stammen ook de vandaag nog aanwezige rode estrik en een voorraadschacht in de vloer. Onder dit niveau bevinden zich Romeinse lagen. Tijdens de huidige restauratie is deze nieuw ontdekte verdieping geschikt gemaakt voor bezichtiging.

Meer informatie

In het gebouw zijn de burgerlijke stand.